- Zet een zin om in het fonetische NATO-alfabet en laat je ploeg deze zin vertalen.
- Definieer ten minste acht internationale Q-code signalen.
- Laat zien dat je call-signs uit Nederland kunt herkennen.
- Bezoek een amateurradiostation of help een radiozendamateur tijdens de JOTA-JOTI.
- Log tien verschillende amateurradiostations met de datum, tijd, roepnaam, de frequentie, de ontvangstkwaliteit en de locatie.
- Maak verbinding met ten minste vijf stations en teken de stations in op een wereldkaart.
- Laat aan je leiding zien dat je de regels voor het gebruik van zendapparatuur begrijpt.
- Zet een elektronicawerkstukje in elkaar
Gebruik hierbij de volgende componenten: weerstand, condensator, spoel, diode, transistor en IC. Bepaal met behulp van de kleurcodering de waarde van de weerstand. - Bouw een antenne. Leg uit waarom je deze antenne hebt gekozen en wat je ermee kunt beluisteren. Geef aan wat de sterke en zwakke punten van de gekozen antenne zijn.
